Duurzame energie, ja! Maar waarom dan geen industriële windturbines in het Geingebied?
Laat dit bijzondere landschap open blijven 

Dit kleinschalige open landschap vlakbij de stad moet open blijven. De openheid maakt het bijzonder. Klik hier voor meer uitgebreide informatie over de Geinwaarden, de oeverlandjes en de geologisch interessante structuur met de oude rivierlopen.

Het Gein moet onbedorven blijven
Spaar dit nationaal erfgoed en spaar het UNESCO werelderfgoed 

Waarom zou je kiezen voor dit gebied met grote natuur- , cultuur- en landschapswaarden, maar ook met tientallen rijksmonumenten en met UNESCO werelderfgoed. De Stelling van Amsterdam is UNESCO werelderfgoed. Tot de Stelling van Amsterdam behoren in onderlinge samenhang de forten Nigtevecht en Abcoude, beide bezit van Natuurmonumenten, de batterijen, de rivier, de dijken en de polders die als inundatiegebied dienen. Dit geheel in samenhang is uniek, zegt UNESCO. Belangrijk voor dit werelderfgoed is dat ruimtelijke ontwikkelingen geen afbreuk doen aan de Outstanding Universal Value of the property and the original open nature of its landscape setting.

Geingebied Oostzijdse molen in de avond
Laat investeringen renderen 

Het zou kapitaalvernietiging zijn om dit landschap nu van zijn openheid te beroven. Het is gespaard gebleven dankzij grote immateriële inspanningen van burgers én door financiële inspanningen van overheden. Dat betreft vele miljoenen: 

- de A6 / A9 loopt nu door een 3 km lange tunnel door Amsterdam Zuidoost: dat is om het Geinlandschap te sparen; 

- het spoor loopt nu onder de rivier door: dat heeft 50 miljoen extra gekost. 

- de boombesparende dijkverzwaring is een flinke investering van het waterschap 

- de fietsbrug over het Amsterdam Rijnkanaal bij Nigtevecht verhoogt de toegankelijkheid, zeker ook voor recreatief verkeer. 

Het Geinlandschap is heel belangrijk als recreatiegebied. De recreatiedruk gaat zeker toenemen, betoogt Natuurmonumenten.

Spaar vogels 

Langs het Geingebied lopen de stroken NatuurNetwerkNederland Gaasperzoom en Klarenbeek. Die bieden broedgelegenheid en voedsel voor allerlei soorten en worden druk gebruikt als overtrekgebied. 

Het Geinlandschap is een spil tussen vogelgebieden, zie kaart. Windturbines hinderen de uitwisseling van vogels tussen de gebieden. Recent onderzoek van Ralph Buij en Jana Verboom, Wageningen University, Trouw 8 juli, laat zien dat roofvogels en uilen meer last hebben dan voorheen werd gedacht. Dit komt omdat zij vanuit de lucht eten zoeken, en dan niet opletten. Het gebied heeft een diversiteit aan roofvogels, niet alleen veel buizerds en torenvalken, maar ook de havik. ‘s Nachts hoor je de de ransuil en de kerkuil. 

Er broeden jaarlijks ijsvogels, blauwborsten en goudvinken. Spotvogels, nachtegalen, en bosrietzangers zingen in en rond het Geinlandschap, lepelaars, regenwulpen en aalscholvers trekken over. Ooievaars en spechten broeden er. Smienten overwinteren. Het zijn maar een paar voorbeelden. Ruige Hof telt bij elke wandeling tegen de 50 soorten.

Plan vanuit visie, niet vanuit de markt 

Marktpartijen mogen niet bepalend zijn waar windturbines komen. Voor Windunie maakt het niet uit: waar boeren onder druk gezet kunnen worden, komen ze wat hen betreft. Belangrijk is dat de overheid, in overleg met álle boeren en andere burgers, bepaalt hoe het landschap wordt ingericht. 

Kijk over de grenzen heen vanuit visie 

Als overheden windturbines naar de randen van de gemeenten en provincies schuiven, komen de turbines elkaar daar tegen. Dat is niet vanuit visie plannen. Maak plannen over de gemeentegrenzen heen, met draagvlak van omwonenden aan weerskanten.  

Er is geen draagvlak 

Met meer dan 3550 mensen die getekend hebben tegen windturbines in het Geinlandschap ontbreekt het draagvlak. Overheden willen ons verleiden met financiële participatie in de opbrengsten. Dat is iets anders dan draagvlak. 

Niet financiële belangen bepalen het draagvlak. Niet de belangen van een handvol landeigenaren die eraan willen verdienen bepalen het draagvlak. En zeker niet de belangen van investeerders die veel willen verdienen aan zwaargesubsidieerde windenergie op land bepalen het draagvlak.

Het allerbelangrijkst is draagvlak onder bewoners: dat ingrijpende landschappelijke ingrepen acceptabel en gewenst zijn voor omwonenden aan beide kanten van (provincie- ,RES- en gemeente- ) grenzen. Er is geen draagvlak bij omwonenden. 

Dus: wél duurzame energie, maar geen industriële windturbines in het Geingebied. Doet u mee?